‘Rook je?’
‘Ja,’ zei ik.
‘Ik raad je aan om tijdens de duur van de behandeling geen stoppogingen te ondernemen.’
Mooi zo, dacht ik bij mezelf.

Nu, 7 jaar later, rook ik nog steeds. Wanneer ik in het verleden vrienden hoorde zeggen dat ze gestopt waren met roken voelde ik altijd een enorme opluchting; ik mocht van mezelf gewoon door blijven roken. Dit veranderde vorig jaar. Ik was begonnen aan een fysioprogramma waarbij ik 3 keer per week anderhalf uur sportte. Wanneer je zoveel rookt als ik (meer dan een pakje per dag) betaal je tijdens het sporten de rekening. Mijn spieren wilde meer maar mijn longen konden het tempo niet bijhouden. Steeds vaker baalde ik er van dat ik rookte en steeds vaker dacht ik waarom stop ik niet gewoon? En deze gedachte bleef maar door mijn hoofd spoken.

Ik besloot er voor te gaan en mijn eerste stoppoging te ondernemen. Onder begeleiding van de praktijkondersteuner van de huisarts begon ik met Champix te slikken: het ultieme stoppen-met-roken-medicijn. Vanaf de eerste pil begon ik me fysiek heel slecht te voelen. Ik kreeg last van hoofdpijn, buikpijn en een constante misselijkheid. Bij het verhogen van de dosering begon ik mij steeds slapper te voelen en kreeg ik moeite met het ervaren van positieve emoties. Ik glipte steeds verder weg in een donker dal. Let wel: toen moest ik nog stoppen met roken. Ondanks het advies van de praktijkondersteuner om de poging te staken wilde ik verder gaan waaraan ik begonnen was.

Na 5 uren niet gerookt te hebben, merkte ik hoe kansloos deze onderneming was. Ik zat nu zo diep in de put dat roken (al dan wel of niet) een bijzaak was geworden. Ik ben per direct gestopt met de Champix en overgegaan op de kalmeringspillen. Ik heb toen besloten om weer verder te gaan roken. De maanden die hierop volgende zat ik vol met boosheid naar mijzelf toe: hoe haalde ik het in mijn hoofd om mijn psychische gezondheid op het spel te zetten! Mezelf vergeven lukte op dat moment niet. Bij gebrek aan ervaring met hoogmoed, kwam de val als een voor mij complete verrassing. Ik besloot te accepteren dat stoppen met roken er voor mij niet in zou zitten. Tot twee weken terug.

‘Ik wil niet meer roken, ’zei ik huilend tegen mijn vriend.’
En terwijl ik deze woorden uitsprak overviel hetzelfde gevoel van paniek als vorige jaar mij weer. Binnen een halfuur na het uitspreken van deze woorden nam ik ze weer terug. Ik zou toch niet gaan stoppen. En dat brengt mij bij vandaag. Ik realiseer mij dat er geen stoppen-met-roken-moment gaat komen waarbij deze paniek zal wegblijven. Ik zal door de paniek heen moeten, zonder te weten wanneer deze gaat afnemen, zonder garantie dat de winst groter is dan het risico. En dat vind ik heel erg eng. Dus ik ben nu moed aan het verzamelen. Misschien lukt het mij morgen en misschien lukt het pas volgend jaar. Maar ik ga stoppen met roken. Want hoe eng ik de gedachte aan stoppen met roken en de daarbij horende paniek ook vind, er is maar één gedachte die mij meer angst aanjaagt:
het idee dat ik de rest van mijn leven zal moeten doorroken om de confrontatie met mijn verslaving te vermijden.

Liefs,

Maruschka