Deze coronadagen werd en wordt er gesproken over “een onzichtbare vijand”. Klinkt niet bijzonder tof. “Nous sommes en guerre.” Maar ik wil helemaal niet “en guerre” zijn! Love and peace man!

Afgrond

De vijandtaal doet me een beetje denken aan hoe het kan voelen tijdens heel slechte periodes van mijn ziekte. Alleen zit de contante dreiging dan IN je in plaats van ergens daarbuiten. Je voelt je onherroepelijk afglijden naar de afgrond, steeds dichter en dichter. Niks wat je doet/wat de dokter doet lijkt dat te kunnen tegenhouden. Het is bijna te laat, dat besef je heel goed. Er valt geen ontsnappen aan, je kan niet even een luchtje gaan scheppen om het los te laten op die momenten, want de alarmbellen blijven rinkelen. Laat staan dat je nog op je benen zou kunnen staan.

Onvoorspelbaar

Heel bijzonder is dat je nooit weet hoe je zal reageren. Ook al zeg je nu dat je nooit zus of zo zou doen, je weet het echt nooit. Laat ik je een drietal voorbeelden geven. Wees gerust: ik ga niet in details. Dat wil ik niet voor mezelf, noch voor jullie. Het doet er ook niet toe. Laat dat maar lekker privé blijven in het verleden.

Oerkracht

De eerste keer was in mijn jongere jaren toen ik nog thuis woonde. Ik zie me nog versuft van de pijn als een oud vrouwtje het ziekenhuis instrompelen aan de arm van mijn moeder. Niet meer wetende hoe en wat na wekenlange onnoemelijke pijnen die niet langer stoer te dragen vielen. Ik was er niet meer echt bij en toch weer wel. Het kon me niet meer schelen en toch wel. Raar.

Dan is er die andere herinnering waarin ik me heel acuut voelde wegglijden in een zalig krachtig onbekend iets wat aan me trok en trok en trok. Wat zou dat heerlijk gemakkelijk zijn, zo meegevoerd worden naar RUST. En dan plots vanuit de toppekes van mijn tenen een heftige gulp van “Neeeeeee! Ik wil niet!”. Een ferme stoot doodsangst en levenswens tegelijk die me weer stevig aan onze kant van de lijn trok om daar uitgeput te stranden. Heel overrompelend, tegenstrijdig, emotioneel. Een oerkracht in mijn kleine lijf.

Een derde keer was na maandenlang aflgijden en tegenstribbelen. Vechten, zoeken naar oplossingen die je niet aangereikt kreeg. Voelen dat je spaarpotje met kracht leger dan leeg gevloeid is.

Overgave

Plots kom je dan op een punt van Totale Overgave, waar er niks anders overblijft dan je onderdompelen in wat er gebeurt in je lijf en beseffen dat je je best hebt gedaan. Wat er ook zal gebeuren, het zal gebeuren en daar heb je op die momenten zelf niks meer in te zeggen. Het voelt dan op een bepaalde manier bevrijdend te midden van de engheid. Pure vrede met wat is. Dit klinkt sommigen waarschijnlijk superraar in de oren en is dan ook niet met woorden te beschrijven. Jullie vinden dit misschien cru of heel donker, maar het is net het tegendeel. Als ik moet dood gaan nu, dan is dat maar zo. Mezelf die gedachte toestaan in die momenten voelde alsof er een rugzak van me afgleed. Whatever will be will be… En nee, dat is niet hetzelfde als opgeven. Het is meestromen met het leven.

Het allermoeilijkste is dat dat grote loslaten ook inhoudt erop te durven vertrouwen dat je omgeving daar dan ook wel mee zal omgaan. Want dat blijft ook in die momenten mijn allergrootste zorg: een mens wil zijn geliefden geen verdriet doen. Dat is echt het ultieme loslaten.

Geluksvogel

Ik heb al een paar keer geluk gehad, veel geluk. Er zijn zoals je leest verschillende momenten die ik kan aanduiden in mijn piepkleine bestaan waarop ik aan de andere kant van die afgrond beland kon zijn en dat dat niet zou verbazen. Ik beschouw het dan ook als wonderlijk dat ik dit hier typ. Een mensenlijf is een bijzonder ding. Wederom: er zijn geen woorden voor.

Moeilijke woorden

De zogenoemde “onzichtbare vijand” is misschien gewoon een bijzondere metgezel in ons leven? Net als de dood, nog zo een onderwerp waar mensen hier bij ons vaak kriebelig van worden. Wij mensen denken graag dat we alles onder controle hebben. En dat is niet per se verkeerd: het helpt ons om te kunnen functioneren in de chaos van elke dag. De invasies van de zogenaamde vijand in mijn lijf, leerden me heel veel over mezelf en het leven. Pas door de berichtgeving rond corona hoorde ik dat dat een vijand is. “Nous sommes en guerre” , weet je nog? Maar ik weet het niet zo zeker.

Bloem

Ik zie het meer als een natuurlijk onderdeel van het leven denk ik nu. Een moeilijk, heftig, wonderlijk en soms doodeng deel ervan weliswaar. Een fase, net zo boeiend als alle andere. Momenten van intens voelen en zijn. Puur zijn. Bloemen bloeien en verwelken. Er is schoonheid te vinden in alle fases van het leven als je durft te kijken. Deze levenservaringen geven een mens veerkracht. “Onzichtbare vijanden” leren ons weer extra te kijken naar de schone dingen in dit leven. De onvergetelijke ervaringen, hoe klein ook, de gaven en talenten die we kregen, de mensen op ons pad. Wil dat zeggen dat ik roep om meer onzichtbare vijanden? Nee, dat nu ook weer niet. Ik heb de boodschap namelijk al begrepen: het leven is kostbaar. Ik weet het nu wel, dank u.